Wie de broek past…

Met de burgeriSpijkerbroek kindnitiatiefgroep Agora Maas en Peel, waarin ik me sterk maak voor een nieuwe, complementaire onderwijsstroom voor het voortgezet onderwijs, had ik laatst een gesprek met verschillende betrokken partijen. Daarin werd onder andere gesproken over het aanbieden van deze stroom in ofwel een bestaande school, ofwel een nieuw op te richten school. Een logisch vraagstuk, denk ik hier.

Voor beiden valt wat te zeggen. Maar waar de gesprekspartners in dit kader, op zoek naar beeldspraak, kwamen met de vergelijking van verschillende supermarkten waar de klant tussen kan kiezen (neem Aldi en Jumbo), daar kwam meteen de discussie op gang over de positieve en negatieve effecten van concurrentie. Over betaalbare oplossingen. En als het daar over gaat, gaat het dus toch over de knikkers.

 

Passend Onderwijs voor ieder kind. Het is het doel van onze overheid, de opdracht van onze samenleving. Ik vond in dit kader ineens een andere metaforische vergelijking. Eén die mij al pratende met een collega spontaan inviel, en die veel meer recht doet aan het vraagstuk waar wij voor staan.

 

Het gaat over Lot en Tom. Lot is een sportieve jongedame van 9 jaar, 1.40m. Ze heeft een zeer smal postuur met een paar lange, dunne stelten. Tom is 11 jaar, ook 1.40m, maar zijn benen zijn minder lang dan die van zus Lot; hij heeft juist een langer bovenlijf. Hij heeft tevens al een wat steviger postuur met meer spieren op de benen, hij is tenslotte twee jaar ouder.

 

Moeder gaat met beiden een spijkerbroek kopen en ze lopen een winkel binnen (winkel A). Ze gaan naar het schap voor maat 134/140. De broeken in deze schappen zijn voor Tom perfect passend, maar voor Lot zijn ze veel te kort. Door naar schap 146/152, waar de pijpen wél lang genoeg zijn. Maar die broeken zijn inmiddels zo wijd, dat de insnoerelastieken de broek zo bol trekken, dat het bijna lijkt of Lot nog een Pamper draagt. En zo wil je niet rondlopen, dat snapt iedereen. Gelukkig is er nog een afdeling met skinny jeans. Maar daar doet zich al weer snel het probleem voor van hoogwaterpijpen. En helaas gaan de opties niet verder. Ze kunnen dus kiezen: of lang genoeg en veel te wijd, of smal genoeg, maar veel te kort. Een ander optie: Lot moet vanaf nu zo veel eten, dat ze dikker wordt en de broek beter bij haar past. Ze moet zich dus naar de broek gaan voegen.

Nee, laten ze dan naar een andere winkel gaan, winkel B. Andere merken, andere modellen. En hier hebben ze naast gecombineerde maten (134/140) ook enkele maten (140). Lot past er enkele, ze zitten beter, maar het blijft lastig om een broek te vinden waarin ze zich echt lekker voelt, waarin ze over straat wil en zichzelf kan zijn. Ze krijgen de tip om naar de stoffenwinkel (winkel C) te gaan. Daar kunnen ze broeken maken, die helemaal passen bij de drager. Daar moet de drager, in dit geval Lot, zelf wél wat voor doen. Ze moet gaan onderzoeken welk model ze echt wil, ze moet zelf stoffen kiezen, stiksels en knopen, ze moet enkele keren naar de winkel terug voor passessies en haar wordt steeds gevraagd of alles nog naar wens is. Daar moet Lot dus over nadenken én op reageren. Al met al een intensief proces, voor slechts één broek. Dat moet je willen, je moet er klaar voor zijn. Lot is dat. Ze was altijd al kritisch, onderzoekend en heeft een sterke eigen mening. Broer Tom is blij dat hij zich gewoon lekker voelt in de broek van winkel A. Voor hem hoeft al die poespas niet zo. Hij richt zijn energie liever op andere dingen.

 

Aan het eind van dit verhaal is iedereen gelukkig. Winkel B komt er in dit verhaal wat bekaaid vanaf, maar u begrijpt dat daar uiteindelijk ook genoeg kinderen zullen komen die juist dáár de passende broek vinden. Zoveel kinderen, zoveel pasvormen. Fijn dat er zoveel keuze is.

Dit is hoe ik naar ons initiatief kijk. Naar ons doel en onze missie. Het gaat niet om de winkels an sich en al helemaal niet om de knikkers. Het gaat om de klanten. En of dit nu betekent dat er in het centrum een nieuwe winkel opent, of dat winkel A een compleet nieuwe afdeling opstart, die maatwerk levert op verschillende gebieden, dat maakt dan niet uit.

 

Terug naar het onderwijs. Je mag niet geloven in concurrentie in het maatschappelijk veld, maar dan moet je wél openstaan voor diversiteit in aanbod en keuze. Laten we in het nastreven van Passend Onderwijs voor ieder kind, niet meer kijken naar de knikkers, naar de belangen van onderwijsaanbieders, maar naar de belangen van de kinderen. Zij moeten te allen tijde het focuspunt zijn. Wat hebben zij nodig? Welke onderwijsstromen bieden we al goed aan? Waar kunnen we onszelf ontwikkelen? En wat moeten we helemaal nieuw opstarten? Nogmaals: omdat onze kinderen vragen om onderwijs dat past, en waarin ze tot volle bloei kunnen komen. Álle kinderen.

Waar een wil is, is een weg. Krachten bundelen, identiteit én diversiteit respecteren, er samen voor willen gaan. Dat is waar wij naar streven. Meer weten? Klik hier!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s