De medewerker van de toekomst

Eerder vandaag had ik een gesprek met Emmy: vierdejaars studente aan een lerarenopleiding. Het gesprek ging over Agora, en over haar positieve vibes bij deze onderwijsfilosofie. Ze had erover gehoord en was zelfs op bezoek geweest bij Agora in Roermond en Groesbeek, vanuit haar opleiding. Maar ze vertelde me ook dat de helft van de klas met wie ze de opleiding was begonnen, al weer was afgehaakt en dat van de klas die nu nog over bleef, misschien 15% ook daadwerkelijk leraar wilde worden. De anderen studeerden liever door, maar zagen zichzelf in ieder geval niet voor de klas. Emmy twijfelt daar ook aan.

In de nabije toekomst is het bedrijfsleven op zoek naar veelzijdig georiënteerde mensen die weten hoe ze de hobbels op hun pad kunnen nemen. Mensen die niet alleen inhoudelijk veel weten over één vakgebied, maar die weten wat ze daar mee kunnen op verschillende andere terreinen. Oplossingsgerichte mensen die uitdagingen vooral aangaan. En daar leiden wij nu niet voor op.

 

Ik vroeg haar waardoor dat kwam en in haar ogen kwam het vooral door de stages op scholen, waarin voor veel studenten het daadwerkelijke vak van docent enorm was tegengevallen. Zij zelf vond het vooral moeilijk te ervaren dat er zoveel vanuit de school en leraren gehandeld wordt, en niet vanuit de behoeften van een kind. Daarna ging het gesprek verder over Agora onderwijs vs. regulier onderwijs. En we concludeerden eens te meer: voor beiden is er een markt, echter voor Agora is er beperkt tot geen aanbod.

Tijdens deze gesprekken word ik zelf altijd gevoed met ideeën. Het gesprek ging namelijk ook over die bedroevende cijfers: 50% haakt tijdens een opleiding af, en slechts een handjevol wil ook daadwerkelijk het beroep uitoefenen, waarvoor hij wordt opgeleid. De rest kiest weer voor een nieuwe studie. Het ging hier overigens over voornamelijk havisten en een Hbo-opleiding.

 

Werken voor de overgangsnorm

Dat geeft mij stof tot argumentatie. Want hoe kun je van een havist verlangen dat ie rond zijn 16e/17e een gerichte beroepsopleiding kiest, terwijl hij in de jaren ervoor slechts via eenrichtingsverkeer is volgestopt met zaken die school en docenten belangrijk vonden en die altijd gericht waren op de overgangsnorm? Met name havisten zijn enkel bezig met theoretische concepten die moeten leiden naar een voldoende op een toets. Ze hebben daarin weinig tot geen ruimte voor het ontdekken van eigen interesses en talenten. Als dan de keuze voor een vervolg moet worden gemaakt, wordt deze vaak nog ingegeven door uitzicht op baangarantie en de hoogte van het salaris. Sterke tiener die in deze stressvolle periode trouw weet te blijven aan zijn creativiteit en passie.

En dan die vervolgopleidingen. Gebouwen vol met docenten die veel weten over hun eigen vak en daar de verse studenten mee volstouwen, wederom vanuit hun eigen visie op belangrijkheid en in voorbereiding op een toets. Gebouwen vol studenten die allemaal aan de voordeur een keuze dienden te maken en aan die keuze vast zitten tot aan het diploma. Overstappen betekent tijdverlies, dus extra schulden. En een diploma zal er toch moeten komen…

 

Self-made-man

Het deed me ook denken aan mijn echtgenoot, die in zijn eigen handelsonderneming Petrex GMBH regelmatig te maken krijgt met nieuw personeel. Personeel van wie hij een bepaalde mate van zelfstandigheid verwacht, inzicht in de markt en creatieve oplossingen. Mensen die zelf problemen aanpakken en die niet wachten tot ze de sleutel krijgen aangereikt. Daar heeft mijn man ook helemaal geen tijd voor; hij zoekt immers extra personeel omdat de zaken lekker lopen en het dus druk is. De kandidaten hebben allemaal positieve eigenschappen en ervaringen, maar zelden vindt hij de medewerker die hij echt nodig heeft. Die mist zus, de ander mist zo. Omdat de opleiding te beperkt was; ze zijn ofwel inhoudelijk geschoold, of juist enkel zakelijk. Zelf is mijn man een zogenaamde “self-made’man”. Hij kwam als stagiair ergens binnen op een afdeling verkoop, pakte alle kansen die hem werden geboden, werd door twee oudere medewerkers gevraagd om samen een bedrijf op te starten en nu zijn ze 25 jaar en heel wat extra mensen verder.

Mijn man ontwikkelt zelf producten en markten, stak als twintiger zijn nieuwsgierige neus in allerlei zaken en vogelde op die manier zelf uit wat er nodig was om succesvol te zijn. En wat hij zelf niet goed kan, daar zoekt ie experts bij. Hij heeft dat in zich: ondernemerszin, nieuwsgierigheid en daadkracht. Het is een onderdeel van zijn persoonlijkheid. Zijn schoolloopbaan deed aanvankelijk niet vermoeden dat hij het zo ver zou schoppen, want hij dreigde eerst te doubleren in de kleuterklas, daarna doubleerde hij de brugklas, deed de mavo, meao, haakte tussendoor een keer af, deed een nieuwe opleiding en uiteindelijk vond hij dus die stageplaats.

Het is mooi dat mijn man zijn succesfactoren heeft weten te behouden, ondanks het onderwijs. Veel vaker zien we mensen afstromen, doubleren, afhaken en uiteindelijk ergens terecht komen waar ze ook niet echt gelukkig zijn, “maar ze hebben tenminste iets”. Ze ontwikkelen zich niet meer, en als ze dan een switch willen maken, lopen ze tegen muren aan: ze hebben net niet die factor die gezocht wordt, of ze missen ervaring in een dergelijke functie. En dan blijf je dus waar je zit…

infographic-5-skills-voor-de-toekomst-yune-1_bron Expeditie Loopbaan

bron: Expeditie Loopbaan

In de nabije toekomst is het bedrijfsleven op zoek naar een ander type beroepskracht dan waar wij voor opleiden. Veelzijdig georiënteerde mensen die weten hoe ze de hobbels op hun pad kunnen nemen. Mensen die niet alleen inhoudelijk veel weten over één vakgebied, maar die weten wat ze daar mee kunnen op verschillende andere terreinen. Oplossingsgerichte mensen die uitdagingen vooral aangaan, in plaats van ze te ontlopen. En die mensen kun je niet pas in het bedrijfsleven vormen. En op de HBO’s ben je ook al veel te laat. Deze ontwikkeling begint vanaf het prille begin, maar zeker op de basis- en middelbare school.

 

Agora

Bij Agora-onderwijs leren kinderen vanuit hun eigen verwondering te onderzoeken hoe dingen in elkaar zitten. Ze leren talen en geschiedenis vanuit hun eigen vraagstukken, vanuit de wens iets in de huidige tijd te begrijpen. Ze weten dat ze uiteindelijk examen moeten doen, maar bereiden zich anders voor. Leren hun eigen strategieën kennen, en worden zich bewust van dingen die ze moeilijker vinden. En belangrijker: ze leren hoe ze daar mee om kunnen gaan. Deze kinderen kunnen op hun 16e/17e veel bewuster kiezen voor een vervolg. En het zou voor hen natuurlijk nog mooier zijn, als die Hbo’s tegen die tijd ook anders te werk gaan, meer aansluiten op deze filosofie.

red monkey

De medewerker van de toekomst staat te trappelen om zijn eigen talenten te ontdekken. Misschien kiest hij voor een reguliere school, zoals u en ik die ook hebben gehad. Maar als u ook vindt dat hij een keuze moet kunnen hebben voor Agora-onderwijs in de eigen regio, steun dan ook Agora Maas en Peel. Meer weten? Klik hier. Wij zijn op zoek naar bedrijven en sympathisanten die met ons mee willen denken. En die ons wellicht financieel kunnen steunen bij de opstart, totdat we een bekostigde openbare school kunnen oprichten. Dank je!

 

Agora Roermond

Petrex GMBH

Passie voor onderwijs – Agora Maas en Peel

Verdieping en uitbreiding op het artikel in FIJN Magazine, september 2018. Fijn dat je verder leest! – Judith

 

artikel FIJN Magazine

 

In 2002 startte ik in het onderwijs. Enthousiast en gemotiveerd begon ik als docente Nederlands. Maar helaas kwam ik er al snel achter dat ik het onderwijssysteem niet zo fijn vind. Ik geef les vanuit mijn hart, vanuit intuïtie, passie en motivatie. En dat werkt! Maar het matcht niet met de methodes, de boeken, de toetsen en de structuur van semesters en toetsweken. Ik moet in een keurslijf dat te strak zit en dat mijn creativiteit én motivatie drukt. Na 12 jaar met veel passie te hebben gewerkt, stopte ik als docent.

Dat deed pijn, maar tegelijk kwam het besef dat ditzelfde keurslijf veel leerlingen ook niet past. Die veel beter zouden ontwikkelen, gemotiveerder zijn en gepassioneerd kunnen raken over school, als ze meer regie krijgen. Of wanneer er beter naar hun onderwijsbehoeften wordt gekeken.

 

In Peel en Maas ontwikkelen de basisscholen zich steeds meer naar scholen met innovatieve onderwijsaanpak. Zo heeft De Nieuweschool een persoonlijke leerlijn voor ieder kind, zijn er op de Groenling basisgroepen, maar werken kinderen verder in niveau- en brede groepen, ook in nauwe samenwerking met Hoera (peuters en BSO), heeft De School een geheel eigen aanpak waarin de regie bij het kind ligt, op De Omnibus volgen de kinderen Jenaplanonderwijs, De Liaan brengt Daltononderwijs en ook op de andere scholen vinden prachtige ontwikkelingen plaats. Allemaal vanuit de opdracht voor Passend Onderwijs voor ieder kind. Stichting Prisma biedt daarnaast een bijzonder schooloverstijgend onderwijsarrangement (Topklas), dat erg goed aansluit bij de behoeften en leerstijlen van met name hoogbegaafde kinderen. Voor dit artikel sprak ik met Teun (11), Isa (12), Siem (11), Daan (10) en Fer (10). De interviews zijn in FIJN Magazine te lezen.

Daan zit op De Nieuweschool en vertelt me iets meer over de maatwerkgroep, die ze op vrijdag hebben. “Daar leren we vooral onze 21ste eeuwse vaardigheden, zoals creativiteit, kritisch denken, en probleemoplossend vermogen..” Ik vraag hem wat hem dat brengt en we komen op een IKEA-kast. Daan: “Ik kan nu eerst kritisch kijken naar de materialen en dan bepalen wat waar voor nodig is. Dan wordt veel al erg logisch. Je hebt meer overzicht en kunt ook al voorspellen wat moeilijk zal worden.”

In de Topklas werken kinderen met challenges. Dit houdt in dat ze op zoek gaan naar uitdagende projecten, waar ze vooraf een eigen, persoonlijk leerdoel in stoppen. Er wordt dus niet vooraf bepaald wat de inhoud is, om daarna te kijken wat er geleerd is, maar het leerdoel wordt vooraf, door het kind zelf bepaald. En de challenge is pas klaar als dat leerdoel is behaald. Challenges kunnen groot of kleiner zijn. Als het einddoel groot is, leren kinderen ook om zelf daarin logische, kleinere stappen te zetten, zodat de kans op succes groter is.

Siem werkt momenteel aan een eigen film. Waar veel kinderen dan na het opzetten van een kort verhaal meteen zouden zijn gaan opnemen, moet Siem eerst serieus en aandachtig nadenken over IMG_7032script, casting, filmlocaties, montage en dergelijke. Siem: “We zijn nu bezig met het script. Ik ben ook al op zoek naar filmlocaties. En we denken al na over verschillende shots in een scène; close-ups en vanuit verschillende hoeken. Die plakken we dan later over elkaar.” Dat lijkt me erg moeilijk. Daan vult aan: “Ja, maar ik kan dat best goed. Ik weet veel van monteren en zo, en daarom ben ik bij deze challenge aangehaakt.” Ik vraag Siem wat hij nu al geleerd heeft. “Vooral dingen regelen, organiseren, dan moet je ook plannen. Heel veel geduld hebben, want dit project duurt erg lang. Maar ook doorzetten. Van meester Frank moeten we álle stappen doorlopen die echte filmmakers ook doen. Soms is dat saai of lang, maar je ziet wel waar het voor nodig is.”

Na het interview ben ik nog getuige van een gezellige, leerzame theaterles. Deze wordt gegeven door Isa, met assistentie van Teun. Isa vindt theater ontzettend leuk en wilde zichzelf leren hoe je dan lessen daarin geeft. Want dat is toch wel heel wat anders gewoon meedoen met een les.

Ik heb de kinderen ook gevraagd welke tips ze hun huidige scholen en leerkrachten wilden meegeven. Fer: “Ik denk dat ze best meer mogen vertrouwen op wat we zelf al kunnen, en dat we echt veel dingen willen leren, maar vaak gewoon op een andere manier. Écht anders. Niet alleen hogere getallen om iets uitdagender te maken.” Siem: “We vinden het vooral leuk om dingen zelf uit te zoeken, in plaats van dat iemand anders voor ons bepaalt hoe we dingen moeten doen.”

Teun moet volgend jaar gaan beslissen naar welke middelbare school ze wil gaan. “Dat vind ik nog wel een lastige keuze. Want de meeste middelbare scholen werken nog op een meer ouderwetse manier. De stof staat in boeken en de leraar zegt wat je moet leren en hoe. Er is wel een school waar dat anders gaat, dat is Agora in Roermond. Maar ik weet nog niet of ik helemaal daar naar toe wil. Het is toch vrij ver en vriendinnen blijven waarschijnlijk in deze regio. Maar wat dan wél bij me past weet ik ook echt nog niet…” 

 

In onze regio timmeren de basisscholen hard aan de weg om ons onderwijs passender te maken, voor álle type kinderen en leerstijlen. Er is een ruime keuzemogelijkheid: christelijk of openbaar onderwijs, meer gestructureerd of juist vrijer, traditioneel of innovatief. Veel ouders stellen bij deze keuze ook de nabijheid van de school centraal, maar meer en meer hoor ik dat ouders bereid zijn om voor passend onderwijs dagelijks te reizen, echter meestal binnen een straal van 8 km.

In het voortgezet onderwijs vind ik de keuze helaas minder divers. Iedere school onderscheidt zich wel met bijvoorbeeld een sportklas, een DaVinci klas of een musicalopleiding, maar de wijze van lesgeven komt op iedere school uiteindelijk op hetzelfde neer: verschillende vakken via een vast rooster, vooraf bepaalde lesstof uit boeken of van websites en iPads, een docent die de snelheid en de route bepaalt en een afsluiting in een summatieve toets. Een toets die je afrekent op hoeveel je nog kunt reproduceren van wat is aangeboden.

de 5 werelden in beeld

De 5 werelden van Agora onderwijs

Behalve bij Agora in Roermond. Daar hebben leerlingen geen vakken, geen boeken en geen toetsen. Ze werken ook met challenges en leerlingen hebben zelf de regie. Nieuwsgierig spreek ik met Lucas (13) en Fay (13) uit Panningen, twee leerlingen van Agora Roermond.

Fay haar basisschooltijd verliep vlot en normaal. Er was nooit sprake van extra begeleiding of uitdaging. Maar toen ze in groep 7 op televisie iets over Agora zag, werd ze wel erg nieuwsgierig. Met name de manier waarop deze school werkt, en ook de open structuur van het gebouw spraken haar aan. Ze kon zich destijds nog niet echt een beeld vormen van hoe een schoolweek of -jaar eruit zou gaan zien, maar dat vond ze niet zo erg. “Het vertrouwen dat het zou goedkomen, kwam eigenlijk vooral vanuit mezelf. Dat komt omdat deze manier van leren nu eenmaal dichter bij mij staat.”

Lucas en Fay1.JPGLucas heeft een grote interesse in geschiedenis, met een voorliefde voor de Tweede Wereldoorlog. Hierover lees je FIJN Magazine meer. Hij heeft namelijk inmiddels een eigen bedrijf opgericht. “Voor mij was de basisschool wél erg saai. Ik vond het wachten op instructies en uitleg vervelend en ik werkte daarom vaak vooruit, maar moest daarna weer wachten. Het zelf plannen en regelen van mijn schoolwerk op deze school, is daarom erg goed voor mij. Ik ben er ook zelfstandiger door geworden. En ik weet goed wat ik wil. Daarom heb ik mijn eigen bedrijf opgezet. Na mijn examen, kan ik daar dus meteen al verder mee. Dat was me op een meer reguliere school waarschijnlijk niet zo snel gelukt.” Lucas vindt het ergens wel jammer, dat hij ook op Agora, uiteindelijk het centrale examen moet maken. “Het zou heel mooi zijn, als ook je examen dan meer op de Agora-manier kan. Dat je zelf kan beslissen hoe je je vaardigheden bewijst.” Fay: “Maar dan zal de wet wel moeten worden aangepast.” 

En daarmee sluiten we dit interview af, hoewel we onder het genot van een drankje nog wel hierover door spraken. Want ze hebben wel een punt; basisonderwijs én voortgezet onderwijs zetten flinke stappen om het aanbod te innoveren, maar de afronding van een opleiding blijft nog altijd dat ouderwetse toetsmoment, waar een punt tussen 0 en 10 uit komt. Een punt, dat je waarde en mogelijkheden voor de toekomst bepaalt. En dat past in mijn ogen niet helemaal bij de prachtige voorbeelden die we hierboven zagen.
AGORA maas en peel_logo

Mijn vriendin Odilia Rens zag in haar omgeving ook dat veel kinderen juist op de middelbare school uiteindelijk toch vastlopen. Ze trok zich dat gepassioneerd aan en startte de initiatiefgroep Agora Maas en Peel. Deze groep ouders en professionals wil een middelbare school waarin het onderwijs een openbaar karakter heeft en een Agora-leerroute. Een school die uiteindelijk een passende volgende stap is voor al die kinderen de nu zo dankbaar gebruik maken van de mooie ontwikkelingen in het basisonderwijs in onze regio. Voor mij was het een logische stap me bij dit initiatief aan te sluiten. Samen met Odilia bekijk ik de mogelijkheden voor samenwerking met bestaande scholen, met daarbij een kritisch, onderzoekende houding. Want het gaat ons niet om het aanpassen van iets dat er al is. Wij willen echt een Agora-route, zoals deze is bedoeld. Complementair aan het bestaande. Want we begrijpen dat het niet iedereen zal passen, en dat hoeft ook niet. De middelbare scholen in onze regio doen ontzettend goede dingen, voor heel veel kinderen.

 Maar innovatie is wel nodig. Ónze doelgroep is die groep kinderen, die juist excelleren bij volledige zelfregie. Kinderen en ouders die geloven in een andere aanpak. Die willen pionieren en die vertrouwen op een goede afloop. En daarvan zijn de bewijzen inmiddels ook binnen: via Agora hebben leerlingen inmiddels het Centraal Examen afgelegd én behaald.

 red monkeyAgora Maas en Peel wordt een complementair aanbod, naast al het goede dat onze regio al te bieden heeft. Welke vorm dit krijgt – een aanbod binnen een bestaande school, een nieuw op te richten school, een dependance van een andere school – dat is op dit moment niet zeker. Maar het wordt een leerroute waarin kinderen middels challenges en eigen regie, hun eigen ontwikkeling en leren in handen nemen. Waarin eigenaarschap en zelfontplooiing centraal staan. Wanneer we kunnen starten is mede afhankelijk van de samenwerkingspartners. Maar wij gaan ervoor.

Ik houd je graag op de hoogte van de ontwikkelingen van onze gesprekken met bestaande onderwijspartners, met de gemeente Peel en Maas en gedeputeerde staten. Want we zijn druk bezig.

Wil jij met ons meedenken of zelfs meewerken? Of wil je nieuwsbrieven van ons ontvangen? Meld je dan bij mij! Kijk verder op Facebook.

Handige links:

Vraag & Antwoord Agora

Agora Roermond

 

Wie de broek past…

Met de burgeriSpijkerbroek kindnitiatiefgroep Agora Maas en Peel, waarin ik me sterk maak voor een nieuwe, complementaire onderwijsstroom voor het voortgezet onderwijs, had ik laatst een gesprek met verschillende betrokken partijen. Daarin werd onder andere gesproken over het aanbieden van deze stroom in ofwel een bestaande school, ofwel een nieuw op te richten school. Een logisch vraagstuk, denk ik hier.

Voor beiden valt wat te zeggen. Maar waar de gesprekspartners in dit kader, op zoek naar beeldspraak, kwamen met de vergelijking van verschillende supermarkten waar de klant tussen kan kiezen (neem Aldi en Jumbo), daar kwam meteen de discussie op gang over de positieve en negatieve effecten van concurrentie. Over betaalbare oplossingen. En als het daar over gaat, gaat het dus toch over de knikkers.

 

Passend Onderwijs voor ieder kind. Het is het doel van onze overheid, de opdracht van onze samenleving. Ik vond in dit kader ineens een andere metaforische vergelijking. Eén die mij al pratende met een collega spontaan inviel, en die veel meer recht doet aan het vraagstuk waar wij voor staan.

Lees verder

De TAAL van hoogbegaafden – intuïtief ervaren

woordwolk-intuitieOp woensdag 9 september vond al weer de tweede bijeenkomst plaats van Connect the high gifted; een netwerkbijeenkomst van ouders en professionals die samen kennis en ervaringen willen delen omtrent hoogbegaafdheid en talentontwikkeling. Mijn interesse, als professional én als moeder, ligt vooral bij de invloed van taal op deze ontwikkeling. Want, zo schreef ik enkele dagen na die eerste bijeenkomst, hoogbegaafde en hooggevoelige kinderen hebben het vaak moeilijk om hun talenten te uiten, omdat ze denken en doen in een heel andere taal dan “normaal” begaafde en “normaal” gevoelige kinderen. Ze worden veelal niet begrepen, maar begrijpen vaak zelf de wereld om hen heen ook echt niet.

Ga uit van de diversiteit van mensen. Kijk niet naar mate waarin iemand zich kan aanpassen aan de norm, maar volg kinderen in hun interesses, in hun ervaringen, in hun eigen taal.

Lees verder

De TAAL van hoogbegaafden

De TAAL van HoogbegaafdenOp woensdag 3 juni was ik aanwezig op een bijeenkomst die heette: Connect the high-gifted. Ja, het ging over hoogbegaafdheid. Maar uiteindelijk ging het veel meer over het omgaan met je talenten. Want of je nu hoogbegaafd, zwakbegaafd of normaal begaafd bent; iedereen heeft talenten. En dat was meteen ook een bespreekpunt: moeten we de term hoogbegaafd (of zwakbegaafd) nog wel bezigen?* Welke lading geef je de mensen mee die je op deze manier bestempelt? Welke lading kleeft er grammaticaal al aan de term hoogbegaafd? Ben je hoger, dus verheven boven anderen? Heb je meer gaven dan anderen?

Onze conclusie was: nee. Er is wel duidelijk sprake van een verschil in omgaan met aangeboden stof. En er is vaak een gemeten IQ van 130 of meer. Maar dat maakt niet dat zogenoemde hoogbegaafden automatisch meer weten en makkelijker leren. Dat ze altijd tienen halen en later succesvolle wetenschappers worden. Een beeld dat helaas nog steeds bij veel mensen leeft, zelfs op scholen. Lees verder